010 521 77 77 info@hklaw.nl

Rechtvaardigheid & Rechtszekerheid

Twee kernwaarden in het recht zijn rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Iedereen heeft een beeld bij rechtvaardigheid. Rechtszekerheid is een minder bekend begrip. Rechtszekerheid gaat over het vertrouwen dat mensen mogen hebben in de rechten die ze zelf hebben en die anderen hebben of lijken te hebben.

Een punt waar deze waarden met elkaar in conflict komen is in artikel 3:105 BW. Dit artikel regelt de verkrijging door extinctieve verjaring. Praktisch houdt dit in dat iemand die een goed 20 jaar nadat de eigenaar het bezit verloren heeft in zijn bezit heeft op dat moment eigenaar wordt. Iemand die op zijn 20e een fiets steelt en die verborgen houdt is op zijn 40e van rechtswege eigenaar geworden van die fiets.

Dit is uiteraard onrechtvaardig ten opzichte van de originele eigenaar, die verliest hiermee immers zijn bezit. Vanuit het oogpunt van rechtszekerheid is er wel een duidelijke reden gegeven voor dit artikel. Bij de invoering van het artikel is als reden gegeven dat het recht zich bij de feiten dient aan te sluiten. Het artikel ziet namelijk niet alleen op diefstal, ook wanneer er sprake is van  een gebrek bij de overdracht en levering van een goed wordt dit door dit artikel na verloop van tijd gerepareerd.

Gestolen fiets

Een fiets die na een diefstal twintig jaar van eigenaar naar eigenaar gaat (soms door diefstal en heling, soms door reguliere koop) kan na verloop van die twintig jaar niet meer worden teruggevorderd door de originele eigenaar. Dit volgt uit artikel 3:306 BW, de extinctieve verjaring van rechtsvorderingen. Indien de wet niet anders bepaalt verjaart een vordering na twintig jaar.

Dit betekent dat na twintig jaar de gestolen fiets nog steeds eigendom is van de originele eigenaar maar dat hij die eigendom niet meer ten opzichte van derden rechtens kan doen gelden. Er is op dat moment een discrepantie tussen de feiten en het recht. De originele eigenaar die de fiets niet meer in bezit heeft is rechtens eigenaar maar kan feitelijk niets. De daadwerkelijke bezitter van de fiets hoeft helemaal niet te kwader trouw te zijn maar is geen eigenaar, ook al ziet het er naar buiten toe zo uit en gelooft zij het mogelijk zelf ook.

Het is deze situatie waar artikel 3:105 BW voor gemaakt is. Door toepassing van dit artikel verliest degene die na twintig jaar zijn eigendom niet meer kan doen gelden deze aan diegene die op dat moment de bezitter is, ongeacht of deze te goeder trouw is of niet.

Waardevaste goederen

Met een fiets als voorbeeld is deze regeling begrijpelijk en zelfs niet zo onrechtvaardig als het op het eerste gezicht misschien leek. De situatie verandert echter als het niet gaat om een fiets maar om iets dat waardevast is, zoals kunst of grond. Twintig jaar nadat je een schilderij uit het museum meeneemt wordt het jouw eigendom. Twintig jaar nadat je de voortuin hebt uitgebreid met een stuk grond dat van de gemeente kan deze grond opeens jouw eigendom zijn.

Arrest Hoge Raad

Tenminste, dat was tot voor kort het geval. Op 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad in een opvallend arrest (ECLI:NL:HR:2017:309) besloten de termijn waarin een eigenaar kan optreden tegen het verlies van zijn goed effectief te verdubbelen.

In het arrest heeft de Hoge Raad in een overweging ten overvloede overwogen dat het verliezen van de eigendom door de eigenaar gezien moet worden als een jegens hem gepleegde onrechtmatige daad. Het gevolg hiervan is dat na twintig jaar de eigendom verloren gaat maar dat pas op dat moment daarvoor in de plaats een nieuwe rechtsvordering ontstaat (op grond van de onrechtmatige daad) die ook weer een verjaringstermijn van twintig jaar kent.

Tot dit arrest werd in de literatuur algemeen aangenomen dat de onrechtmatige daad in deze situatie zou bestaan uit het verliezen van het bezit. Hierdoor zou bij het verjaren van de vordering uit eigendom ook de vordering uit onrechtmatige daad verloren gaan.

De Hoge Raad geeft als extra aanwijzing mee dat het voor de hand ligt in deze situatie om bij een vordering die op onrechtmatige daad is gebaseerd te veroordelen tot teruggave van de zaak.

Praktische gevolgen

De bezitster van de fiets zal dus niet twintig maar veertig jaar moeten wachten tot de fiets rechtens haar eigendom is. In het voorbeeld van de fiets zal dit voor de praktijk weinig verschil maken. Voor de waardevaste goederen, en dan vooral de veelvoorkomende problematiek rondom snippergroen en andere gemeentelijke stroken grond die in bezit worden genomen, zal dit arrest van grote waarde blijken. Ook bij geschillen over de erfgrens en kadastrale grens tussen buren zal dit arrest een rol hebben. Voor de gemeente in kwestie kwam het echter te laat, zij heeft tijdens de procedure geen beroep gedaan op deze onrechtmatige daad.

Heeft u een conflict over de eigendom van uw grond? Ik sta u graag bij.

Joost beoefent de advocatuur met oog voor de menselijke maat maar zonder een geschil uit de weg te gaan. Hij is creatief en vasthoudend. Hij wil de beste oplossing en begeleidt zijn cliënten met de grootst mogelijke zorg en aandacht. Zijn focus ligt op het bouwrecht, het huurrecht en het algemeen contractenrecht.

Telefoon: 010 521 77 77 | E-mail: j.vanhattum@hklaw.nl