010 521 77 77 info@hklaw.nl

Een langdurig zieke werknemer brengt voor de werkgever veel kosten met zich mee. Een werkgever is op grond van de wet gehouden om voor de duur van 104 weken (een deel van) het loon van een zieke werknemer door te betalen. Daarnaast maakt de werkgever gedurende die 104 weken kosten, denk bijvoorbeeld aan de arbo-dienst en andere re-integratiespecialisten.

Als de werknemer na 104 weken nog steeds arbeidsongeschikt is voor de eigen functie en er geen re-integratie bij de werkgever, noch bij een derde mogelijk is, kan de werkgever het UWV of de kantonrechter verzoeken om toestemming te geven om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Ook kunnen werkgever en werknemer samen overeenkomen dat de arbeidsovereenkomst op grond van wederzijds goedvinden eindigt. De afspraken worden dan opgenomen in een vaststellingsovereenkomst.

Regeling WWZ

Sinds de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) op 1 juli 2015 is de werkgever gehouden om aan een werknemer die langer dan twee jaar in dienst is geweest een transitievergoeding te betalen. Bij het aangaan van een vaststellingsovereenkomst is de werkgever overigens niet verplicht om deze vergoeding te betalen maar de zieke werknemer zal veelal geen genoegen nemen met het einde van de arbeidsovereenkomst zonder transitievergoeding. Voor de werkgever resteert dan slechts de weg naar de rechter of het UWV en daar zal worden geoordeeld dat de transitievergoeding toch betaald zal moeten worden.

Slapend dienstverband

Om onder het betalen van de vergoeding uit te komen laten steeds meer werkgevers de arbeidsovereenkomst met hun zieke werknemer in stand terwijl er geen loondoorbetalingsplicht meer bestaat. Dit wordt ook wel het slapende dienstverband genoemd.

Er zijn sinds de inwerkingtreding van de WWZ meerdere rechtszaken geweest waarin de werknemer verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst en een transitievergoeding, al dan niet met een billijke vergoeding. De verzoeken werden gegrond op de artikelen 7:868 BW (toerekenbare tekortkoming) en 7:611 BW (goed werkgeverschap).

Oordeel rechters

De kantonrechters en de gerechtshoven hebben eenduidig beslist dat het dienstverband slapend houden geen toerekenbare tekortkoming van de werkgever is en ook niet in strijd is met goed werkgeverschap. Tussen de regels door en in de literatuur kwam naar voren dat de wetgever aan zet is.

De wetgever heeft vervolgens ook gehandeld door op 20 maart 2017 een wetsvoorstel in te dienen. De Eerste Kamer heeft nog voor het zomerreces ingestemd met het wetsvoorstel, dat nader is uitgewerkt in een regeling, die in werking zal treden met ingang van 1 april 2020.

Regeling vanaf 1 april 2020

Vanaf 1 april 2020 kunnen werkgevers met terugwerkende kracht (dus ook voor arbeidsovereenkomsten die tussen 1 juli 2015 en 1 april 2020 zijn geëindigd) een aanvraag indienen bij het UWV om te worden gecompenseerd voor de betaalde transitievergoeding. Die aanvraag dient binnen 6 maanden na de betaling van de transitievergoeding te worden ingediend, voor de oude gevallen geldt dat de aanvragen uiterlijk op 30 september 2020 door het UWV moeten zijn ontvangen.

Wat moet worden ingediend bij de aanvraag?

  • De arbeidsovereenkomst;
  • Stukken waaruit blijkt dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid (zoals de beschikking van het UWV, de kantonrechter of de beëindigingsovereenkomst;
  • Bewijs dat het loon gedurende ziekte is doorbetaald;
  • De gegevens die zijn gebruikt om de hoogte van de betaalde transitievergoeding te berekenen;
  • Bewijs van betaling van de transitievergoeding (indien dat in termijnen is gebeurd, alle bewijzen van alle termijnen).

Het UWV zal in beginsel binnen 8 weken beslissen op de aanvraag, de aanvragen die met terugwerkende kracht worden gedaan zullen niet binnen die termijn kunnen worden afgehandeld. De beslistermijn kan worden verlengd met een redelijke termijn.

Wanneer het UWV positief beslist op de aanvraag zal de toe te wijzen compensatie niet hoger zijn dan de door de werkgever betaalde transitievergoeding eventueel verhoogd met de kosten die zijn gemaakt die op grond van artikel 7:673 lid 6 BW in mindering mogen worden gebracht op de transitievergoeding.

Conclusie: goed nieuws voor de werkgever 

De transitievergoeding die bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst als gevolg van langdurige arbeidsongeschiktheid is betaald kan per 1 april 2020 worden teruggevraagd bij het UWV. Van belang is om alle administratie te bewaren en voor een tijdige aanvraag zorg te dragen.

Ik help u graag om uw claim bij het UWV voor te breiden.

Joyleen staat cliënten bij op het gebied van het sociale zekerheidsrecht, bestuursrecht en het algemeen verbintenissenrecht. Zij is betrokken, bevlogen en weet tegelijkertijd de juiste afstand te bewaren die nodig is om gevoelige zaken op correcte wijze te begeleiden.

Telefoon: 010 521 77 77 | E-mail: j.verhoek@hklaw.nl